Home
Streep
door Johan Polak & Frans Goddijn
Aldert Walrecht, oud-leraar, uitgever van de Citroenpers, schrijft
brieven aan zijn vrienden. Een dichterlijk dagboek. J.A. Dèr
Mouw, een leven lang leraar, kwam kort voor zijn dood pas tot het
bundelen van de verzen die hij van jongs af had geschreven. Hij beleefde
de uitgave niet meer, want hij stierf toen het eerste deel van BRAHMAN
in proef gereed lag. Waarom verkoos hij, zoals zijn tijdgenoot, de
nieuw-griekse dichter Kavafis en vandaag Boudewijn Büch, een
onbekend dichter te zijn? Iemand die wel publiceert, maar uitsluitend in
het verborgene? Misschien bestrijken hun verzen een gebied dat door
anderen niet mag worden betreden. Dèr Mouws sonnet 'lang rolt,
een bol van klank, de knal van 't schot' was niet eens gepubliceerd in
een tijdschrift. Het gaat om een strikt persoonlijke ervaring. Als
klassikus grijpt hij terug op het beeld van het aangeschoten, niet
gedode dier, voor het eerst te vinden bij Homerus, daarna bij Vergilius.
Dido, door een pijlschot van Cupido verwond, raakt fataal verliefd op
Aeneas, maar kiest, in de steek gelaten, voor de dood. Bij
Hölderlin hetzelfde beeld, nu in de klacht van Meno om Diotima.
Meno doorkruist het land op zoek naar zijn geliefde en voelt zich als
een dier dat de pijl nog in de wonde meesleept. Dèr Mouw gebruikt
het klassieke beeld in de eerste acht regels van zijn sonnet, maar in de
twee terzinen is hij van onze eeuw: hij heeft Freud gelezen.
Hem, die vol toekomst zwerft door wildernis
van jong gevoel, treft soms, die zeker is
van 't goed gemikte woord, in tere plek:
voor 't ongeluk, dat in zijn leven viel,
vlucht hij naar 't ondergrondse van zijn ziel,
en kan niet meer naar boven; en wordt gek.
Het pijlschot is vervangen door het kwetsende woord waarop geen
weerwoord is. Wars van alle cliché's - blikken die doden, de
scherpe pen - staat Dèr Mouws vers overeind.
Was het wel een woord? Aldert Walrecht schreef in een brief over het
aangeschoten dier dat met zijn bebloede poot een rode streep trekt, op
weg naar naar zijn hol: 'dat is óók het beeld van de
leraar met zijn rode potlood.' Misschien was Dèr Mouw, een van de
zachtaardigste leraren, zich bewust van de wond die hij kan slaan met
één enkele rode streep.