Na een maaltijd, groten en kleinen tesamen, krijgt Stefan een suikerklonje, vervolgens Daniel een pakje van twee en Stefan tegelijk een tweede klontje. Stefan , iets jonger dan Daniel, voelt hierin een verschil, een onrecht, dat hij aanvankelijk niet kan bevatten. Terwijl de gesprekken aan tafel verder gaan, zet hij steeds grotere ogen op, zuigend op zijn eerste, kijkend naar zijn tweede klontje, tot hij volschiet en jamerend, huilend, slissend zijn klacht uitschreeuwt: "Eine ganze Packng! Eine ganze Packung!" (het geheel is meer dan de som der delen). Paul is intussen van zijn stoel gegleden en klimt recht omhoog, tegen de keukenkat naar de bovenste klep, vlakbij het plafond, waarachter de suiker wordt bewaard. Bijna bij zijn hoge doel gekomen - zijn moeder druk in discussie met Stefan over het vermeende verschl tussen een pakje of twee losse klontjes - verliest hij zijn greep op het gladde hout en valt met een smak tegen de plavuizen. Op slag is het doodstil n de keuken. Claudia neemt haar zoon op, maa aul blijft stram in haar armen, ademloos, zijn ogen onbewogen. Seconden verstrijken. Dan slaakt Claudia een kreet, het galmt diep uit haar op: "Schrei!"
(...) da schrie er auf
und schrie's hinaus und hielt
es nicht und schrie
wie seine Mutter aufschrie beim Gebären.
[Raine Maria Rilke: Alkestis]
Paulchen opent zijn mond, huilt hikkend en omarmt haar.