Home
Rust
door Johan Polak & Frans Goddijn
Onze werkweek is druk, maar terwijl ik, ook zonder deadline, elke dag
hoe dan ook een tekst wil opzetten en afmaken, blijft J. voorbeeldig
kalm. Van uur tot uur, van dag tot dag schuift hij alles voor zich uit,
door kranten te lezen, thee te drinken, correspondentie te voeren of
over de telefoon raad te geven aan wie hem weten te vinden... geen
moeite is hem teveel, maar uit zichzelf doet hij niets. Op elk gewenst
ogenblik kunnen we samen werken aan regels waar ik in vastloop, aan de
eindredactie van stukken - onze bureaustoelen dicht naast elkaar
gereden, op een eiland midden in de symbolenvelden van het perzische
tapijt - en J. ruimt secuur alle rommel op, die ik achterlaat op de
plekken waar ik, verstrooid en gehaast, ben geweest. Lachend blijft hij
druk met bijzaken, hoewel juist hèm een vracht werk wacht - zijn
uitgever trappelt van ongeduld om een manuscript dat al is beloofd. Met
plezier ontdekt hij dat de twee afwasbakken in de gootsteen met elkaar
communiceren: sop, dat door de ene afvoer wordt weggespoeld, drukt op
het laatst een toefje wit schuim door het gat van de andere naar boven.
De hoofdkraan van het gasfornuis laat, afgesloten, net voldoende druk in
de leiding om, na het openen van een gaspitje, één korte,
duidelijk hoorbare zucht te produceren. In beide verschijnselen herkent
hij een verband, alsof gasleiding en waterafvoer op logische wijze met
elkaar zouden zijn verbonden. Bij de lunch stelt hij tevreden vast dat
het goed is om het toetje, crunchy graanvlokken (eigenlijk een duur
soort in honing gemummificeerde kattebrokken) met biogarde yoghurt, ruim
van tevoren klaar te zetten: de kraak die de krokante vlokken
verliezen, wordt daarmee omgezet in smaak.
Af en toe onderbreek ik mijn werk om hem, meer verbaasd en jaloers, dan
verwijtend, aan te gapen. Uit welke bron put hij die innerlijke rust die
hem maakt tot een intieme maar in wezen onpeilbare collega en vriend?
Van Miles Davis is bekend dat hij, na lange afwezigheid van de podia,
met louter "jonge honden" een nieuw orkest formeerde. Op de enige
repetitiedag voor zijn come-back kwamen de leergierige jongens naar zijn
appartement in New York, maar er werd geen noot gespeeld: het behaagde
de meester om nu eens lekker te eten en te praten. Op de avond van het
optreden zaten de knapen te rillen van spanning in hun kleedkamer, tot
"Mr. Cool" binnenstapte, rockmuziek van Jimi Hendrix afspelend op een
ghetto blaster die hij op zijn schouder meedroeg. Het span stapte
de bühne op, Miles liet zijn jongens beginnen en gebood direct een
lange solo van een jonge trompettist die, bijna onpasselijk van angst,
er het beste van maakte. Naderhand vroeg de jongen hem waarom hij zoiets
had gedaan. Miles Davis antwoordde met zijn stoïcijnse blik: "opdat
je na vanavond nooit meer bang zult zijn".