Home
Ries
door Johan Polak & Frans Goddijn
Is Mr. Leopold Abraham Ries is 1936 in handen gevallen van een
agent-provocateur? Onlangs (20 april 1991) schreef Igor Cornelissen,
"buurman" in mijn lijfblad, een weemoedige herinnering aan de
thesaurier-generaal van de Staat der Nederlanden, die werd beschuldigd
van ontucht met een minderjarige, in het huis van bewaring belandde,
maar durfde terug te vechten en zonder veroordeling wist te ontkomen.
Een ontsnapping in tweeërlei zin: eerst aan de greep van de
justitie, die een heksenjacht op touw had gezet tegen homosexuelen, en
enkele jaren later aan de Jodenvervolging onder regie van de Duitse
bezetter, daar hij als "gevallen" ambtenaar geen andere oplossing had
gezien dan te emigreren naar de Verenigde Staten. Daar werd hij,
ondanks tegenwerking van regeringszijde, toch nog hoofd van het
Nederlandse Informatie Bureau in New York. In mei 1936 had Ries een
voor Nederland bijzonder gunstige overeenkomst gesloten met de Duitse
regering. Hoewel toen al duidelijk werd wat Hitler met de Joden van
plan was, verborgen de Nazi's met het oog op het buitenland soms hun
binnenskamers al rabiaat beleden Jodenhaat. Zo kon het vermoedelijk dat
Ries ongehinderd - en met kennelijk welslagen - als voorzitter van een
regeringsdelegatie met de Duitse overheid onderhandelde. Die man moest
evenwel weg, zo spoedig mogelijk. En als dat in Nederland nog niet
lukte op grond van zijn Joodse afkomst, dan diende hij, zo mag worden
verondersteld, te worden gegrepen op zijn Achilleshiel. Zekere Henk
Vermeulen, gevaarlijk oplichter en fantast, bleek bereid de val te
zetten. De wijze waarop de regering hem in de steek heeft gelaten,
suggereert dat men opgelucht was van een zo vooraanstaand Joods
ambtenaar geruisloos af te komen. Joods, homosexueel én
succesvol - meer dan toen verdraaglijk was. Ik bezit een brief van hem,
gedateerd 8 maart 1962 (vanuit New York): "Mijn kwalen (...) verdwenen
in de steaming jungle van de NewYorkse augustus als sneeuw voor de zon
(.....) men kan niet eeuwig blijven leven en ook al zouden we zo dwaas
zijn dat te willen, dan zou de hydrogeenbom ons wel anders leren." Hans
Lodeizen heeft door een aan Ries opgedragen gedicht, op zijn wijze
diens naam voor de vergetelheid behoed:
de dag was een parabel van
hun ongeluk een lied in wijs
verlangen gezongen uitgeklaagd
in de wind van hun stilzwijgen
wij hebben dit jaar geen winst gemaakt.
Het raadsel van Ries' verdwijning uit onze vaderlandse geschiedenis
zal blijven, maar geheel weggeweest is hij nooit.