Home
Pizza
door Johan Polak & Frans Goddijn
De dikke krant van zaterdag. Hij komt wat vroeger dan anders, al in de
middag, wanneer de boodschappen zijn gedaan en ieder in huis een paar
uur lang het zijne kan doen. De dikke bundel ineengevouwen papier lijkt
nog in niets op de krant van gisteren, die losgewapperd en deels
verknipt in een doos onder de kapstok ligt, onze mollige schildpadpoes
er, in het zonnetje, bovenop. Met de extra katernen, wetenswaardigheden,
commentaren en het "nieuws", een opwindend begin van het vrije weekend,
maar ook een groot beslag daarop: als je rustig gaat lezen, is de dag
voorbij eer je het weet. Er is een pikorde: aangezien ik graag in de
krant knip, leest mijn vrouw de katernen het eerst, als deze nog
ongeschonden zijn. Het zakelijk nieuws boeit haar niet, die scheur ik
alvast uit voor mezelf. Vandaag trok ik de pagina's te slordig los: een
halve reep tekst van een andere pagina hing er links nog aan - "dat
scheelt weer, hoef ik niet te lezen", dacht ik nog. Tot ik veel later
het andere deel in handen kreeg. Rechts op het blad een mooi kopje,
onderaan het halve stuk mijn naam... m'n eigen stuk verscheurd! Ik kreun
en vloek. "Dat is toch niet erg, je bestelt immers van je eigen stukken
altijd vijf exemplaren bij?", zegt mijn vriendin, ten dele
geruststellend, maar ook mij berispend om mijn ijdelheid. "Daar gaat het
niet om, NIEMAND verscheurt zijn eigen stuk!", mopper ik, vooral tegen
mijzelf. Ik sta met mijn ingewanden in de hand.
De vijand te zien en op hem in te hakken...
Paarden op hol zien slaan met lege beugels,
slepend over de grond hun dode ruiter,
lever en ingewanden aan de teugels...
[Folgore]
Deze vertaling van Folgore's Week door Dolf Verspoor vormt een fragment
van zijn voorwoord tot "Dolf Verspoor - Folgore's Maanden", een
minuscuul maar kostbaar boekje vol lichtzinnigheid, een van de aardigste
verzencycli die ons uit de Middeleeuwen zijn overgeleverd. Folgore da
San Gimignano, een jongere tijdgenoot van Dante, leefde rond 1300 in
Siena. Dante had weinig op met Sienna, noch met lichtzinnigheid, getuige
deze regels uit zijn Divina Commedia:
Waren er ooit, vroeg ik de dichter toen,
lieden lichtzinniger dan die van Siena?
De Fransen moeten voor ze onderdoen...
[vert. Verspoor]
De kans bestaat echter dat Folgore in werkelijkheid doodarm is geweest
en alle heerlijkheden die hij in zijn verzen opsomt, alleen in zijn
fantasie heeft gekend. De welvoorziene dis, de brandende haard, de
heerlijke wijnen, de mooie meisjes, de jacht en het spel, zijn voor hem
misschien even onbereikbaar geweest als voor de hedendaagse dorpeling
die, met zijn verloofde, plaatsneemt aan een wankel tafeltje in de
plaatselijke pizzeria, waar een onderbetaald tienermeisje de bestelling
op zal komen nemen.