Daareven sloeg de merel uit
Tusschen twee zomerbuien
De wanhoop van zijn blij geluid,
Die zich niet meer liet zuien...
De tijd van zingen is voorbij...
Toch ging zijn gorgel als in Mei!
Door onze machteloosheid,
Die jammerlijk gebarsten fluit,
Haalt levens teêrste broosheid
Het wonder van haar zoet getuit:
Juist tusschen druk en nieuwen druk
Schalt zij de hoogste noten van ... geluk!
(.....)
“Ik las op je website een verhaal of een gedicht over een merel.
Een paar jaar geleden zat ik met Engelse klanten op het terras van hun
hotel na een dag van huizen bezoeken. We hoorden wat tsjilpen en zagen
een piepjonge merel en... op enkele meters er vandaan, een grote kat die
er op loerde. Jaren lang redde ik altijd allerlei dieren waarvan ik
dacht dat ze in nood waren, maar ik heb geleerd me niet meer met àlles
te bemoeien. Zo dacht ik over dit mereltje, dat het geen enkele zin zou
hebben als ik het mee zou nemen, omdat het toch dood zou gaan. Maar de
Engelse mevrouw smeekte me het toch te doen en ik heb me over laten
halen. Zo kwam Twiedel bij ons terecht. Ik had besloten dat het een
mannetje was want dat vond ik leuker. Wonder boven wonder liet hij zich
makkelijk voeden. Ik liet halfzachte hondenbrokjes weken en kocht pieren
bij de winkel voor vissers. Na een korte tijd begon Twiedel me al echt
te kennen en toonde emotie (wat ik natuurlijk als vreugde beschouwde)
als ik in de buurt kwam. Ik maakte een mooie doos voor hem met gras erin
en allerlei troepjes. Af en toe liet ik ook wel eens een pier in het
gras en zand los in de hoop dat Twiedel zelf zou leren ‘jagen’.
Toen hij een stuk groter was geworden, dacht ik dat het misschien tijd
was hem te leren vliegen. We woonden in die periode in een appartement
en hadden dus geen tuin. De enige oplossing was de lessen in de
slaapkamer te geven. Zo bracht ik iedere avond een uur met Twiedel in de
slaapkamer door na alles eerst bedekt te hebben met handdoeken tegen de
vogelpoep.
De ervaring met Twiedel was echt een heerlijk cadeau. Vroeger stelde ik
me het paradijs wel voor als een plek waar je in een grote levende beer
mocht klimmen. Ik vind dieren prachtig.
Alles ging prima en Twiedel werd een gezonde sterke vogel. Het leek me
dat de tijd gekomen was hem zijn vrijheid te geven. Ik heb hem daarom in
een kooi meegenomen naar vrienden die veel land hebben met bos erbij.
Die wonen wel zo'n 40 minuten bij ons vandaan, maar volgens mij was dat
de veiligste plek voor hem. Ook natuurlijk, omdat die vrienden wel voer
onder een boom zouden leggen, zodat hij in ieder geval eten had als hij
er zelf nog niet zo goed voor kon zorgen.
Daar aangekomen zette ik de kooi op een tafel en opende het deksel. Dat
was een mooi moment voor Twiedel. Hij keek eens naar mij, vervolgens
naar een hele hoge boom en... koos de boom. Weg was Twiedel. Ik was
er natuurlijk wel triest van, want ik was al aardig aan hem gehecht.
Maar ja, dit was de beste oplossing voor de vogel. Ik ben toen maar gaan
zwemmen met de anderen en vergat Twiedel voor een tijdje. Maar aan het
eind van de middag, vlak voor het weggaan, zat ik nog even op een terras
in de bomen te turen of ik hem zag en plotseling scheerde hij met een
schreeuw vlak over m'n hoofd heen het dak op. Op dezelfde wijze keerde
hij terug naar een boom, waar hij geduldig op me wachtte en zich door
mij liet voeden.
Zo'n 10 dagen later kwam ik terug, riep "twietwietwie" en "twiedel" en
daar kwam hij weer. Dit keer uit de richting van het bos. En weer mocht
ik naar hem toe komen en at hij uit m'n hand. Na die tijd zagen we hem
nog wel eens en hij antwoordde soms ook nog als ik hem riep, maar ik heb
hem niet meer uit de hand gevoerd. Hij is gewoon een wilde vogel
geworden en ik hoop maar dat het hem nog steeds goed gaat.