Dr. Jan Elemans, docent en dichter, deed in 1972 mee aan een lenteviering, in alle stilte voorbereid, op zijn school. Nadat een andere Arnhemmer, Johnny van Doorn - zijn nagedachtenis zij tot zegen - de onverwachte manifestatie opende met zijn vuurwerk-poëzie (de klassen, om de open aula gelegen, stroomden leeg en vulden in een ommezien de balustrades en de trappen) droeg Elemans zijn gedichten, herinneringen aan een voorbije winter, voor: [...] Buiten / pist een zwarte / boer een vloek / in de sneeuw / leest / huivert / bergt / het warme ding / weer haastig op / tegen de vorst. /// Binnen / zitten de vrouwen / in hun winterjas / op de plattebuis / durven niet meer / naar de plee / hurken / voor elke plas niet / langer dan nodig is / boven de schuifla / met hete as. [.....] (Uit: "Een winter van grootvader")
Elemans is een van die leraren voor wie je, al ben je de jaren van idolatrie al lang ontgroeid, een zekere liefde blijft voelen. Ik herinner mij een sonnet van hem, waarin hij met zijn vader het land omploegt. Ook zij gevangen in een zelf uitgezet spoor, in "het land waaraan ik nooit ontwen, / dat mij niet loslaat, hoe ik mij ook wring". Maar ik kan het gedicht nergens vinden. Elemans - "Houd even je gemak, dan grijp ik een potlood" - belooft het op te sturen:
Dit is het land waar ik geboren ben
En waar de hemel glanst om ieder ding
De kieviet roept, ik hoor hem en herken
Mijn spiegelbeeld weer in de wetering
Dit is het land waaraan ik nooit ontwen,
Dat mij niet loslaat, hoe ik mij ook wring:
Van Oost naar West staat (nu ik hier weer ben)
De regenboog van de herinnering:
Een blinkend schaar legt het verleden om,
Ik volg de voor en vader zegt tot mij:
Wie recht wil ploegen, is zijn paarden voor.
Dit landelijk geloof in recht en krom
Raak ik, zo oud ik word, niet meer voorbij:
Ik vloek maar houd de paarden in het spoor.
[Jan Elemans, "Landelijk geloof"]