(...)
De vrijheid, och-dat raadsel valt wel mee.
Zal ik het je eens op een briefje geven?
't Is zonder vrees voor de politie leven
en hardop praten in een vol café.
Niet zeggen: 'kind'ren, hou op school je mond.'
Niet moeten juichen met een hart vol haat,
omdat de hoofdman op de preekstoel staat,
maar domweg zegen wat je ervan vond.
De vrijheid is, als op het stil verraad
van louche proffen en humane heren,
die onze weerstand zalvend wegmasseren,
in dit beschaafde land geen celstraf staat.
(...)
[Simon Carmiggelt]
Ik haalde met Chroetsjov junior nog andere aardigheden van zijn vader op, maar hij kon er niet om lachen. Hij was ontheemd en doodmoe na dagenlange interviews en besefte dat zijn optreden voor de nederlandse televisie in het water was gevallen. Om hem met een a propos nog wat op te vrolijken, bracht ik, toen hij mij terloops vroeg 'wie zijn jullie grote schrijvers?', het gesprek op Gerard Reve. Ik vermeed gelukkig te citeren wat Reve van Chroetsjov senior had gezegd: "Die drankzuchtige pad in het Kremlin, een en al nek". Chroetsjovs zoon was het allemaal om het even. Eindelijk kwam er een dame die hem al een poos had gezocht. Ook ik stond op. We moesten ons nu snel uit de voeten maken, want zelfs de kleine lichtjes gingen een voor een uit. Ik sloeg, het was begonnen te tochten, mijn tweede das om en raakte daarmee licht het gelaat van Chroetsjovs begeleidster.