Hij was een avond vroeg naar bed gegaan.
Hij kon niet slapen. Het was volle maan.
Uit een café niet ver van 't huis vandaan
klonk dansmuziek. Hij is weer opgestaan.
Hij had niet veel tijd nodig zich te kleden.
Hij liep snel de drie trappen naar beneden.
Nauwlijks op straat, voerde, na een paar schreden,
de mensenmenigte hem met zich mede.
Hij kreeg een tafeltje bij de muziek.
Maar toen hij, door 't rumoer der kleine luiden
geërgerd, acht ging slaan op het publiek,
begonnen de gezichten straatgeluiden,
dromen en kinderliedjes te beduiden
en in de dichte mist alarm te luiden.
[Martinus Nijhoff, Voor Dag en Dauw V]
Wat wilde Nijhoff uitdrukken met het laten rinkelen van de alarmschel?
De cyclus 'Voor Dag en Dauw' is geschreven onder de indruk van een
affiche in de boekhandel. Daarop werd het verschijnen aangekondigd van
een boek, niet onomstreden, uit de bange jaren dertig: 'In de
Schaduwen van Morgen'. Voelde ook Nijhoff de nadering van de orkaan?
Mischien wist hij dat de wetten weldra overboord zouden worden gezet en
dat onze oude wereld er uit zou zien als de kroeg in Mahagonny [Kurt
Weill/Bert Brecht 1930]. Alleen... de 'Wunderbare Lösung' is
uitgebleven.