Ik draai gestadig de getallen.
Steden en straten zijn vervallen
opdat de éne mag verschijnen
die in het kruispunt is der lijnen.
Ik draai gestadig de getallen
en er verduisteren blokken huizen,
dat, waar de laatste lijnen kruisen,
moge verschijnen huis en raam.
Daar, achter het verlichte raam,
is, in het hart van de getallen,
de stem - de enige van allen.
[Ida Gerhardt, INCANTATIE]
Veel later richtte ik een korte brief aan het postbusnumer in Los Angeles. Het antwoord was nu iets langer: "Rob. Ik was aangenaam verrast te zien dat ik nog steeds op je adressenlijst sta: verdrietig echter dat het alleen is om mededelingen te doen. Misschien kan je mij per kerende post vertellen hoe, wat en waar over jezelf. Mijn woonadres is ---" Ik schreef onmiddellijk terug: "de reden voor de koele toon en het algemene van mijn brief was dat mijn laatste bericht in een zwart gat viel, zonder enige weerklank. Het heeft geen zin persoonlijk te worden in een document dat uiteindelijk zal worden geopend en verslonden in de nacht door een kleine kring van half-geïnteresseerde postbeambten, die het voogdijschap op zich hebben genomen van ADESPOTA brieven. Wat hadden zij moeten denken van mijn beschrijving, in tedere terugblik, van het sleutelmoment in onze vriendschap, toen ik, hongerend naar aanraking, je slaapkamer blindelings binnentrad en vroeg om gekoesterd te worden en jij, even later, langs je neus weg verzuchtte 'dat ik mijn rol zo goed had gespeeld'? Deze brave lui zouden naar huis terugkeren, onbeholpen zenuwachtig en ontroerd, om van hun verlegen echtenotes diensten te verlangen waarover men op straat maar zelden spreekt..."